Posts tonen met het label kamervragen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kamervragen. Alle posts tonen

woensdag 9 mei 2012

Rosenthal beantwoordt Kamervragen Hernandez (PVV) over bondgenoot Kunduz als vijand

Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) heeft maandag de Kamervragen die PVV-Kamerlid Marcial Hernandez onder meer stelde over een bondgenoot in Kunduz die aanzette tot antiwesterse rellen beantwoord.

De ongeregeldheden die in Kunduz uitbraken na de Koranverbrandingen op de Amerikaanse basis in Bagram werden volgens berichten in de media opgehitst door een bondgenoot, Khosh Mohammed, lid van de Provinciale Raad.

Minister Rosenthal antwoordt over de rol van Khosh Mohammad: "Er zijn geen bewijzen dat Khosh Mohammed een actieve rol heeft gespeeld bij het aanjagen van de onlusten."

De vragen van Hernandez en de antwoorden van minister Rosenthal, in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer.


Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum 7 mei 2012
Betreft Beantwoording vragen van het lid Hernandez over het bericht 'Bondgenoot zette aan tot antiwesterse rellen' en andere mediaberichten over de missie in Kunduz.

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Defensie, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Hernandez over het bericht 'Bondgenoot zette aan tot antiwesterse rellen' en andere mediaberichten over de missie in Kunduz.

Deze vragen werden ingezonden op 13 april 2012 met kenmerk 2012Z07837.

De Minister van Buitenlandse Zaken, Dr. U. Rosenthal

Antwoorden van Dr. U. Rosenthal, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Hernandez (PVV) over het bericht 'Bondgenoot zette aan tot antiwesterse rellen' en andere mediaberichten over de missie in Kunduz.

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Bondgenoot zette aan tot antiwesterse rellen?’ 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Wat is uw reactie op de dubbele loyaliteit van een lid van de Provinciale Raad in Kunduz, voormalig mullah Khosh Mohammed, die enerzijds een prominente rol speelt in het provinciale bestuur en geacht wordt een bondgenoot te zijn van het Westen en anderzijds heeft aangezet tot antiwesterse rellen omdat hij dit ziet als zijn religieuze plicht?

Antwoord
Ik betreur de gewelddadige protestacties in Kunduz en ben bezorgd over de onrust die de incidenten onder de bevolking hebben veroorzaakt. Er zijn geen bewijzen dat Khosh Mohammed een actieve rol heeft gespeeld bij het aanjagen van de onlusten.

Vraag 3
Bent u bereid om de samenwerking met dit lid van de Provinciale Raad direct op te zeggen? Zo nee, welke consequenties verbindt u aan deze aanzet tot antiwesterse rellen?

Antwoord
De missie onderhoudt samen met lead-nation Duitsland intensief contact met alle leden van de Raad. In gesprekken met de Raad wordt met de leden gesproken over hun verantwoordelijkheden als volksvertegenwoordiger.

Vraag 4
Deelt u de visie van defensiedeskundige Ko Colijn, die in het bovenstaande bericht het volgende stelt: ‘De gemiddelde Afghaan heeft geen andere keus dan te gokken op de partij die uiteindelijk blijft of wint, en dat is dus eerder de Taliban dan de internationale troepenmacht ISAF, want die missie stopt en die van de Taliban nooit?” Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De bevolking heeft geen behoefte aan terugkeer naar de terreur en het extremisme van het Taliban bewind van ruim tien jaar geleden. Voortdurende terroristische aanslagen van de Taliban waarbij onschuldige Afghaanse burgers om het leven zijn gekomen hebben de reputatie van de Taliban beschadigd. De steun onder de bevolking voor de centrale regering heeft wel te lijden onder zwak Afghaans bestuur en corruptie. De komende periode zal de regering Karzai daarom meer daadkracht moeten tonen in het verbeteren van het openbaar bestuur.

Daarnaast is het van belang dat de NAVO en de rest van de internationale gemeenschap blijven benadrukken dat zij ook na 2014 betrokken zijn bij het land. De bevolking moet erop kunnen rekenen dat de internationale gemeenschap hen na 2014 niet aan hun lot overlaat.

Vraag 5
Kunt u uitvoerig motiveren hoe u bijgaande stelling interpreteert dat uit de volksopstand, die veroorzaakt werd door de koranverbranding, een diepgewortelde haat tegen het Westen en haar aanwezige militairen
blijkt, zoals ook gemeld wordt in rapporten van het Amerikaanse leger en wordt bevestigd door de broedermoorden op Westerse militairen door Afghaanse overheidsfunctionarissen die door diezelfde Westerse militairen zijn opgeleid? 2)

Antwoord
De incidenten maken duidelijk hoe belangrijk het is de lokale bevolking te betrekken bij de activiteiten van de internationale gemeenschap in Afghanistan en de Afghaanse cultuur en gebruiken te respecteren. Evenals de NAVO is de geïntegreerde politietrainingsmissie hiervan goed doordrongen.

Vraag 6
Deelt u de mening dat In het opinieartikel “Er is geen civiele missie in Afghanistan, die is er nooit geweest” uitstekend beredeneerd wordt dat Afghanistan een oncontroleerbare puinhoop is door o.a. collaboratie van Afghaanse soldaten met de Taliban, het doden van NAVO-militairen, de fout geschetste aard van de missie (geen wederopbouw, maar oorlogsmissie), het als een inktvlek verspreide geweld ook in het voorheen rustige noorden, corruptie, rivaliserende stammen en het dubbelspel van Pakistan. 3) Wat is uw reactie op bovenstaand artikel, de genoemde argumenten en de conclusie van de auteur dat “het tijd is om te vertrekken”?

Antwoord
De situatie in Afghanistan is complex en zorgelijk, maar de afgelopen jaren is veel bereikt op het gebied van opbouw van het veiligheidsapparaat, sociaaleconomische ontwikkeling en mensenrechten. Om zeker te stellen dat deze positieve ontwikkelingen niet teniet worden gedaan, is betrokkenheid van de internationale gemeenschap bij Afghanistan nodig. Tegelijkertijd is de doelstelling dat de Afghaanse overheid volledige verantwoordelijkheid draagt voor het bestuur van het land en dat internationale aanwezigheid en steun wordt afgebouwd.

Vraag 7
In hoeverre staat u ondanks recente ontwikkelingen nog steeds achter de conclusie, zoals blijkt uit antwoorden van de regering op eerdere vragen over een geheim NAVO rapport over samenwerking tussen de Taliban en de Afghaanse regering, dat het transitieproces volgens plan verloopt en dat in de gebieden waar de verantwoordelijkheid voor de veiligheid reeds is overgedragen aan de Afghaanse veiligheidsdiensten het vigerende veiligheidsniveau is gehandhaafd? 4) Worden de grote problemen wederom gebagatelliseerd?

Antwoord
Ik sta achter deze conclusie.

Vraag 8
Kunt u aangeven hoeveel Westers geld bijdraagt aan de salarissen van de Afghaanse agenten die worden opgeleid in Kunduz? Deelt u de mening dat hiermee feitelijk hun loyaliteit wordt gekocht en dat de Afghaanse agenten bij de stopzetting van deze Westerse geldstroom zich zullen afkeren van de Afghaanse regering?

Antwoord
Uit het Law and Order Trust Fund (LOTFA) dat in 2002 werd opgericht, worden politiesalarissen betaald, infrastructuur en materieel bekostigd en opleidingen verzorgd. Dit fonds wordt door de internationale gemeenschap voorzien van middelen en wordt namens de donoren beheerd door UNDP. De salarissen worden overgemaakt via het electronic payroll system van de Afghaanse overheid. Het LOTFA heeft geen invloed op de werknemer- en werkgeverrelatie; er kan dus niet worden gesproken van het kopen van loyaliteit.

Nederland draagt dit jaar EUR 10 miljoen bij aan het LOTFA. Het gaat hierbij niet om een specifieke bijdrage aan salarissen voor de politie in Kunduz.

Vraag 9
Bent u bereid om onze Nederlandse politietrainers en militairen zo snel mogelijk terug te trekken uit de puinzooi die Afghanistan heet en het sprookje van een succesvolle wederopbouwmissie in dit woestijnland te beëindigen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De geïntegreerde politietrainingsmissie levert tot en met 2014 een belangrijke bijdrage aan de capaciteitsopbouw van de civiele politie en de versterking van de rechtstaat en ik zie geen reden deze voortijdig te beëindigen.

Vraag 10
Hoe staat u tegenover de eis van de Verenigde Staten dat andere NAVOlidstaten een financiële bijdrage moeten leveren voor de Afghaanse strijdkrachten en politie na 2014? 5) Deelt u de mening dat in de
uitgeklede defensiebegroting, de uitgaven in de post crisisbeheersingsoperaties (HGIS), hiervoor de ruimte ontbreekt en Nederland ook financieel de handen moet aftrekken van Afghanistan? Zo
nee, waarom niet?

Antwoord
Na de transitie in 2014 zijn de Afghaanse veiligheidsdiensten (ANSF) verantwoordelijk voor de veiligheid in Afghanistan. De verdere stabilisering en ontwikkeling van Afghanistan hangen af van de mate waarin zij deze taak effectief uitvoeren. Daarom is het cruciaal dat de internationale gemeenschap de ANSF blijft ondersteunen. Nederland zal hieraan een financiële bijdrage leveren. Zoals toegezegd aan de Kamer, zal u binnenkort hierover nader worden geïnformeerd.

Vraag 11
Wilt u de bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ja.

1) http://www.volkskrant.nl/vk/nl/4905/De-missie-naar-
Kunduz/article/detail/3237294/2012/04/07/Volkskrant-en-Nieuwsuur-
Bondgenoot-zette-aan-tot-antiwesterse-rellen.dhtml
2) Jeffrey Bordin, “A Crisis of Trust and Cultural Incompatibility: A Red Team of
Mutual Perceptions of Afghan National Security Force Personnel and U.S. Soldiers
in Understanding and Mitigating the Phenomena of ANSF-Committed Fratricide-
Murders,” N2KL Red Team Political and Military Behavioral Scientist (May 12,
2011).
3) http://www.volkskrant.nl/vk/nl/9524/Lars-
Anderson/article/detail/3237113/2012/04/06/Er-is-geen-civiele-missie-in-
Afghanistan-die-is-er-nooit-geweest.dhtml
4) Aanhangsel Handelingen TK vergaderjaar 2011-2012 nr. 1508
5)
http://www.telegraaf.nl/buitenland/11787418/__Bijdrage_voor_Afghanistan__.ht
m


Zie ook:



De onderstaande video van het persbureau Reuters toont beelden van de demonstratie in Kunduz



Vrienden in Kunduz blijken vijanden, bondgenoot Kosh Mohammad was aanjager rellen
16 agenten gewond bij aanval demonstranten op politiehoofdkwartier Kunduz
7 Amerikaanse ISAF-soldaten gewond bij demonstratie in Kunduz, demonstrant gedood
ISAF en westerse landen trekken adviseurs terug bij overheidsinstellingen Kabul
Vijf doden bij demonstraties in Kunduz tegen koranverbranding, VN-compound in brand
Politiemissie Kunduz op lager pitje wegens demonstraties tegen Koranverbranding in Afghanistan

zaterdag 9 juli 2011

Rosenthal beantwoordt Kamervragen SP over veiligheid Kunduz en Taliban-infiltranten

De SP stelde op 30 juni Kamervragen over de veiligheid voor Nederlandse politietrainers in Kunduz naar aanleiding van twijfels bij de Politiebond en berichten over infiltranten bij de Afghaanse veiligheidsdiensten.

De Nederlandse Politiebond (NPB) twijfelde of het verantwoord is om politiemensen naar Kunduz te sturen omdat de veiligheid duidelijk is verslechterd.

De Volkskrant had nog geschreven dat er sinds 2009 36 NAVO-soldaten zijn gedood door Afghaanse rekruten en leden van Afghaanse veiligheidsdiensten. De Amerikaanse nieuwszender CNN had dit eerder dit jaar al gemeld, en citeerde daarbij de NAVO als bron.

De SP stelde daarom Kamervragen om duidelijkheid te krijgen over de veiligheidssituatie, en wilde onder meer weten wat voor gevaar infiltranten binnen de Afghaanse veiligheidsdiensten kunnen betekenen.

Sinds 2009 zijn/zouden ten minste 36 NAVO-trainers zijn gedood door rekruten of personen die zich voordeden als Afghaanse politieagent of soldaat.

De minister zegt dat er geen betrouwbare cijfers zijn en er geen aanwijzingen zijn voor systematische infiltratie van de Taliban in het Afghaanse leger of de politie.

De bewindsman zegt over de algemene veiligheidssituatie dat de Nederlandse regering bij een structurele, ernstige verslechtering van de situatie de Nederlandse bijdrage nader zal bezien, maar dat daarvoor op dit moment geen aanleiding is.

(Misschien zijn de gegevens van CNN niet bekend bij minister Rosenthal?)


De Kamervragen en de antwoorden

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. U. Rosenthal

Antwoord Kamervragen veiligheid SP

Antwoorden van Dr. U. Rosenthal, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Veiligheid en Justitie, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over NAVO trainers in Afghanistan (ingezonden 30 juni 2011).

Vraag 1
Is het waar dat sinds maart 2009 ten minste 36 NAVO-trainers in Afghanistan zijn gedood door rekruten of personen die zich voordeden als Afghaanse politieagent of soldaat? 1)

Antwoord
Betrouwbare cijfers hierover zijn niet voorhanden. Wel is het waarschijnlijk dat sinds maart 2009 enkele tientallen medewerkers van ISAF zijn gedood door personen die zich op enigerlei wijze voordeden als medewerker van de Afghaanse veiligheidsdiensten. Het betrof trainers en ander personeel. In vrijwel alle gevallen is overigens geen sprake van infiltratie in het Afghaanse leger of de politie, maar van opstandelingen die een uniform hebben bemachtigd of hebben laten namaken, of van getraumatiseerde Afghaanse militairen of agenten die door de Taliban zijn gedwongen tot gewelddadigheden. Er zijn geen bewijzen voor systematische infiltratie van de Taliban in het Afghaanse leger of de politie.

Vraag 2
Hoe wilt u voorkomen dat er aan de Nederlandse trainingsmissie infiltranten deelnemen met als doel Nederlandse trainers te doden of verwonden?

Antwoord
De regering hecht er sterk aan — net als alle andere partijen die in Afghanistan actief zijn — veiligheidsrisico’s zo veel mogelijk te beperken. Dat geldt ook voor het risico van infiltratie bij de politie. In het selectieproces wordt getracht gemotiveerde rekruten te werven en het risico op infiltratie te verkleinen. Dit selectieproces is formeel in handen van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarbij wordt intensief samengewerkt met de NATO Training Mission - Afghanistan. Bovendien heeft Nederland de bevoegdheid rekruten bij aanvang van de basisopleiding te weigeren. Uiteraard is onafgebroken oplettendheid geboden om vroegtijdig aanwijzingen van infiltratie te kunnen signaleren. Daarnaast monitoren Afghaanse contra-inlichtingeneenheden het leger en de politie op tekenen van compromittering en stress bij het personeel.

Vraag 3
Deelt u de opvatting van de Nederlandse Politiebond (NPB) dat de veiligheidssituatie duidelijk is verslechterd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid een geactualiseerde veiligheidsanalyse naar de Kamer te sturen?

Antwoord
De veiligheidssituatie in Kunduz past in het beeld dat in januari met uw Kamer is besproken. De toename van het aantal geweldsincidenten van de afgelopen jaren, zoals gemeld in de brief aan de Kamer van 7 januari jl. (Kamerstuk 27925 nr. 415), heeft zich dit jaar vooralsnog niet voorgedaan. Wel is een verschuiving zichtbaar van directe confrontaties naar een meer asymmetrisch optreden en opzienbarende aanslagen. Dat geldt ook voor de dreiging tegen de Nederlandse militairen en burgermedewerkers die in Kunduz worden ingezet. Dit beeld werd bevestigd in de contacten van minister Rosenthal tijdens zijn bezoek aan Kunduz op 6 juli.
De regering heeft er vertrouwen in dat de politietrainingsmissie haar activiteiten onder deze omstandigheden op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Zij houdt de algemene veiligheidssituatie nauwlettend in de gaten.

Vraag 4
Is het waar dat de NPB overweegt agenten op te roepen niet deel te nemen aan de politietrainingsmissie in Afghanistan?

Antwoord
Op dit moment roept de NPB agenten niet op af te zien van deelneming aan de missie in Afghanistan. Zoals op de website van de NPB staat (www.politiebond.nl), houdt ook de NPB de ontwikkelingen goed in de gaten.

Vraag 5
Welke minimale vrijwillige aanmelding van agenten is noodzakelijk om de missie op zinvolle wijze door te laten gaan?

Antwoord
Op dit moment zijn er voldoende politiefunctionarissen van het KLPD beschikbaar in de uitzendpool.

Vraag 6
Komt er een nieuw afwegingsmoment alvorens de politietrainers eind dit jaar naar Kunduz gaan?

Antwoord
Zoals gemeld in de brief van 27 januari 2011 (Kamerstuk 27925 nr. 419) zal de Nederlandse regering bij een structurele, ernstige verslechtering van de situatie de Nederlandse bijdrage nader bezien. Daarvoor is op dit moment geen aanleiding.

1) De Volkskrant, 29 juni 2011

De ministers hebben deze week nog een aantal setjes Kamervragen beantwoord die betrekking hebben op de veiligheidssituatie:
Hillen geeft antwoord op Kamervragen over dreiging criminele bendes Kunduz
Rosenthal beantwoordt Kamervragen betrouwbaarheid Afghaanse politie na aanslag op hotel in Kabul
Antwoord op Kamervragen mogelijk negatief advies politiebond over Kunduz

Zie ook:
SP stelt Kamervragen over veiligheid politiemissie Kunduz
Nederlanders op dodenlijst Taliban, maar “missie Kunduz gaat door ondanks dreigement”
Aanslagen in Kunduz

vrijdag 8 juli 2011

Hillen geeft antwoord op Kamervragen over dreiging criminele bendes Kunduz

Minister Hans Hillen (Defensie) heeft antwoord gegeven op Kamervragen van GroenLinks en de ChristenUnie over het gevaar dat uitgaat van criminele bendes en radicale islamitische groeperingen in Kunduz, en aanslagen die worden gepleegd.

De Kamerleden Mariko Peters (GL) en Joel Voordewind (CU) wilden graag weten of de opkomst van arbiki’s (criminele bendes) en de aanwezigheid van diverse radicaal-Islamitische groepen als Al Qaida, de Islamic Movement of Uzbekistan en het Haqqani-netwerk effect hebben op de veiligheid van de Nederlandse politietrainers.

- Arbakai zijn politiemilities die door de VS zijn opgeleid, maar berucht zijn omdat ze mensen geld af kunnen persen en mishandelen. In Kunduz gaat het om voormalige Taliban die zich aan hebben gesloten bij de lokale politie. -

Minister Hillen antwoordde dat het aantal geweldsdelicten dit jaar in Kunduz niet is toegenomen vergeleken met vorig jaar. Wel voegde hij eraan toe dat het aantal opzienbarende aanslagen is toegenomen.

Dat geldt volgens Hillen ook voor de dreiging tegen de Nederlandse militairen en burgermedewerkers die in Kunduz worden gestationeerd.

Maar hij antwoordde dat de regering er vertrouwen in heeft “dat de politietrainingsmissie haar activiteiten zal kunnen uitvoeren zoals voorzien”.

- Kunduz is het afgelopen jaar ongekend geteisterd door een serie zware aanslagen, waaronder zelfmoordaanslagen, op hoge functionarissen, overheidsgebouwen, Duitse militairen en de politie -

De beide Kamerleden vroegen ook of het klopt dat de Afghaanse politie niet is opgewassen tegen de bendes en radicale islamitische groeperingen, en niet ingrijpt bij gewelddadige of criminele activiteiten, en of de Nederlandse trainingen gericht zijn om er mee om te gaan.

Hillen gaf aan dat op veel plaatsen in Afghanistan gewapende milities actief zijn, en die het formele overheidgezag kunnen ondermijnen.

“Er zijn plaatsen in Afghanistan waar de capaciteit van milities de capaciteit van het Afghaanse leger en de politie overstijgt.”

Maar mede daarom vindt Hillen het van belang het Afghaanse leger en de politie te versterken, zowel in omvang als in kwaliteit.

Doelstellingen missie
De minister vatte tot slot samen waarop de Nederlandse politietrainingsmissie zich richt.

De trainingsmissie “richt haar activiteiten op het opleiden, trainen en begeleiden van de Afghan Uniformed Police. Het omgaan met de complexe samenleving en de lokale veiligheidssituatie is daar onderdeel van”.

Volgens Hillen zal de versterking van de civiele taken van de Afghaanse politie naar verwachting de veiligheidssituatie en het formele overheidsgezag ten goede komen.

Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) liet afgelopen week tijdens zijn bezoek aan Afghanistan weten dat hij de risico’s voor de trainers “verantwoord aanvaardbaar” vindt en zei verder “we lopen geen onnodige risico’s”.


De antwoorden en de Kamervragen

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden aan op de vragen van de leden Peters (GroenLinks) en Voordewind (ChristenUnie) over criminele bendes in Kunduz (ingezonden 30 juni 2011 met kenmerk 2011Z14769).

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. J.S.J. Hillen

2011Z14769

Vragen van de leden Peters (GroenLinks) en Voordewind (ChristenUnie) aan de minister van Buitenlandse zaken en de minister van Defensie over criminele bendes in Kunduz (ingezonden 30 juni 2011)

Vraag 1
Bent u bekend met het artikel “Bendes rukken op in Kunduz; Vredesbemiddelaar waarschuwt voor overvallen door ex-helpers van VS” 1) en het artikel “Trainers wachten vele vijanden”? 2)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Verandert de inschatting van de veiligheidssituatie in Kunduz door de opkomst van arbiki’s (criminele bendes) en de aanwezigheid van diverse radicaal-Islamitische groepen als Al Qaida, de Islamic Movement of Uzbekistan en de Haqqani? Hebben hun activiteiten effect op de veiligheid van de Nederlandse politieagenten en militairen die binnenkort in Kunduz beginnen met het trainen van de Afghaanse politie?

Antwoord
De veiligheidssituatie in Kunduz past in het beeld dat in januari met uw Kamer is besproken. De toename van het aantal geweldsincidenten van de afgelopen jaren, zoals gemeld in de brief aan de Kamer van 7 januari jl. (Kamerstuk 27925 nr. 415), heeft zich dit jaar vooralsnog niet voorgedaan. Wel is een verschuiving zichtbaar van directe confrontaties naar een meer asymmetrisch optreden en opzienbarende aanslagen. Dat geldt ook voor de dreiging tegen de Nederlandse militairen en burgermedewerkers die in Kunduz worden ingezet. De regering heeft er vertrouwen in dat de politietrainingsmissie haar activiteiten zal kunnen uitvoeren zoals voorzien.

Vraag 3
Klopt het dat de Afghaanse politie niet is opgewassen tegen de arbiki’s en de radicaal-Islamitische groepen? Is het waar dat de Afghaanse politie niet ingrijpt bij (gewelddadige) criminele activiteiten?

Vraag 4
Zijn de Nederlandse trainingsactiviteiten ook gericht op hoe om te gaan met arbiki’s en de radicaal-Islamitische groepen?

Antwoord
Op veel plaatsen in Afghanistan zijn diverse gewapende milities actief. Sommige milities houden zich bezig met criminele activiteiten en hebben banden met radicaal-islamitische groeperingen. Dergelijke activiteiten ondermijnen het formele overheidsgezag in Afghanistan. Er zijn plaatsen in Afghanistan waar de capaciteit van milities de capaciteit van het Afghaanse leger en de politie overstijgt. Mede daarom is het van belang het Afghaanse leger en de politie te versterken, zowel in omvang als in kwaliteit.

De Nederlandse politietrainingsmissie richt haar activiteiten op het opleiden, trainen en begeleiden van de Afghan Uniformed Police. Het omgaan met de complexe samenleving en de lokale veiligheidssituatie is daar onderdeel van. De versterking van de civiele taken van de Afghaanse politie zal naar verwachting de veiligheidssituatie en het formele overheidsgezag ten goede komen.

1) NRC, 27 juni
2) De Volkskrant, 29 juni

Rosenthal beantwoordt Kamervragen betrouwbaarheid Afghaanse politie na aanslag op hotel in Kabul

PvdA-Kamerlid Frans Timmermans stelde op 30 juni Kamervragen naar aanleiding van de bloedige Taliban-aanval op het Intercontinental Hotel in Kabul. Hij wilde onder meer weten hoe betrouwbaar de Afghaanse politie is om mee samen te werken.

Bij de aanslag op het hotel, in de nacht van 28 op 29 juni, vielen 21 doden: 10 burgers, 2 politieagenten en 9 aanvallers. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) heeft de vragen van Timmermans op 8 juli beantwoord.

Timmermans wilde van de ministers van Buitenlandse Zaken (Uri Rosenthal), Defensie (Hans Hillen) en Veiligheid en Justitie (Ivo Opstelten) weten of de terroristen bij de aanval op het hotel zonder problemen door de beveiliging konden komen.

Het hotel is een van de best beveiligde objecten in Kabul. De internationale pers veronderstelde dat de aanvallers zijn geholpen door politiefunctionarissen.

Volgens ooggetuigen bood de Afghaanse politie bovendien niet of nauwelijks weerstand tegen de aanvallers, en rende vooral weg. NAVO-troepen kwamen te hulp.

Rosenthal antwoordt dat de precieze toedracht van de aanval nog niet duidelijk is, maar dat de bezetting op weerstand stuitte. Hij zegt dat de autoriteiten “snel en adequaat” hebben gereageerd, met slechts beperkte ondersteuning van ISAF.

Timmermans vraagt verder of de Afghaanse autoriteiten wel in staat zijn om de verantwoordelijkheid voor de veiligheid over te nemen. Daarnaast blijkt “dat de politie in de frontlinie staat bij de oorlog tegen de Taliban”, aldus het Kamerlid.

De minister antwoordt dat de aanslag juist onderstreept dat de capaciteit van de Afghaanse politie en het leger moet worden opgebouwd.

Dit is volgens Rosenthal een veelomvattend proces “waarin de opbouw van de rechtsstaat, verzoening en re-integratie centraal staan. Dit proces zal enige jaren in beslag nemen. Overigens zijn dergelijke aanslagen nooit volledig uit te sluiten”.

Verder benadrukt de bewindsman dat dit “betekent dat de civiele politie civiele politietaken verricht, het leger de opstandelingen bestrijdt, en de justitiesector zorg draagt voor vervolging, berechting en bestraffing”.

Betrouwbaarheid politie
Omdat de Taliban in staat zijn in Kabul dood en verderf te zaaien, kennelijk met hulp van Afghaanse politiefunctionarissen, aldus Timmermans, vraagt hij wat dit zegt over de betrouwbaarheid van de Afghaanse politie als partner.

Hij wil graag weten of het niet “buitengewoon risicovol is om met deze politie samen te werken”.

De minsister antwoordt dat de regering de veiligheidsrisico’s zo veel mogelijk wil beperken, door gemotiveerde rekruten te werven. Vervolgens geeft Rosenthal uitleg over het wervingsproces.

Dit selectieproces is formeel in handen van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarbij wordt intensief samengewerkt met de NATO Training Mission - Afghanistan.

Nederland heeft bovendien de bevoegdheid rekruten bij aanvang van de basisopleiding te weigeren.

Uiteraard is onafgebroken oplettendheid geboden om vroegtijdig aanwijzingen van infiltratie te kunnen signaleren.

Daarnaast monitoren Afghaanse contra-inlichtingeneenheden het leger en de politie op tekenen van compromittering en stress bij het personeel.

De minister besluit met te zeggen dat in vrijwel alle gevallen geen sprake is van infiltratie in het Afghaanse leger of de politie, maar van opstandelingen die een uniform hebben bemachtigd of hebben laten namaken, of van getraumatiseerde Afghaanse militairen of agenten die door de Taliban zijn gedwongen tot gewelddadigheden.

Hij zegt dat er geen bewijzen zijn voor systematische infiltratie van de Taliban in het Afghaanse leger of de politie.


De Kamervragen en antwoorden

8 juli 2011

Beantwoording vragen van het lid Timmermans over de aanslag op het Intercontinental Hotel in Kabul.

Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Timmermans over de aanslag op het Intercontinental Hotel in Kabul. Deze vragen werden ingezonden op 30 juni 2011 met kenmerk 2011Z14770.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. U. Rosenthal

Antwoorden van Dr. U. Rosenthal, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Veiligheid en Justitie, op vragen van het lid Timmermans (PvdA) over de aanslag op het Intercontinental Hotel in Kabul.

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de bloedige aanslag op het Intercontinental Hotel in Kabul, waarbij 21 mensen om het leven zijn gekomen? 1)

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Zijn daarbij negen terroristen, bewapend met bommen en automatische wapens, zonder problemen door de beveiliging gekomen van één van de best beveiligde gebouwen in Kabul? Zo ja, deelt u de veronderstelling in de internationale pers dat de terroristen daarbij geholpen werden door Afghaanse politiefunctionarissen verantwoordelijk voor de beveiliging? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3
Hoe beoordeelt u de verklaringen van veel ooggetuigen dat de Afghaanse politie niet of nauwelijks weerstand heeft geboden tegen de aanvallers en vooral weggerend is? Klopt de conclusie dat de aanvallers alleen dankzij ingrijpen door Navo troepen zijn uitgeschakeld en dat, als het aan de Afghaanse veiligheidsdiensten had gelegen, de terroristen nog zeer lang met hun moordpartij door hadden kunnen gaan?

Antwoord
De precieze toedracht van het incident is vooralsnog niet duidelijk. Wel is bekend dat de bezetting van het hotel op weerstand stuitte. De negen zwaarbewapende strijders bleken in staat zich urenlang in het hotel op te houden. De Afghaanse autoriteiten hebben snel en adequaat gereageerd, met slechts beperkte ondersteuning van ISAF. In de vroege ochtend van 29 juni is een eind gemaakt aan de bezetting.

Vraag 4
Zo ja, in hoeverre zijn de Afghaanse veiligheidsdiensten dan in staat de taken over te nemen die ISAF vanaf zeer binnenkort in Kabul aan hen over gaan dragen? Toont de aanslag op het Intercontinental Hotel niet aan dat zelfs op de verondersteld meest veilige plek van Afghanistan de Afghaanse autoriteiten niet in staat zijn de veiligheid te garanderen? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7
Deelt u de mening dat deze aanslag, op de meest veilige locatie van Afghanistan, nog maar eens aantoont dat de Afghaanse politie in de frontlinie staat bij de oorlog tegen de Taliban en dat de Afghaanse politie minstens evenveel risico loopt als het Afghaanse Nationale Leger om in een gewapende confrontatie met de Taliban terecht te komen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan voor de Nederlandse inzet in Afghanistan? Zo nee, uit welke feiten maakt u dan op dat de Afghaanse politie zich ook maar enigszins kan onttrekken aan de gewapende strijd tegen de Taliban?

Antwoord
Helaas komen in Afghanistan nog steeds regelmatig aanslagen voor. De aanslag op het Intercontinental Hotel is daar een voorbeeld van. De inzet van de internationale gemeenschap is gericht op het overdragen van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan de Afghaanse autoriteiten. De aanslag onderstreept eens te meer de noodzaak van capaciteitsopbouw bij de Afghaanse politie en het leger. De Afghanen zullen de veiligheid zelf moeten gaan waarborgen. Er is sprake van een veelomvattend proces, waarin de opbouw van de rechtsstaat, verzoening en re-integratie centraal staan. Dit proces zal enige jaren in beslag nemen. Overigens zijn dergelijke aanslagen nooit volledig uit te sluiten.

ISAF ondersteunt het transitieproces door agenten en militairen te trainen. Een aantal landen, waaronder Nederland, ondersteunt de verdere versterking van de rechtsstaat. Daarbij staat voorop dat duurzame stabiliteit alleen mogelijk is als de betrokken organisaties hun eigen taak naar behoren vervullen. Dat betekent dat de civiele politie civiele politietaken verricht, het leger de opstandelingen bestrijdt, en de justitiesector zorg draagt voor vervolging, berechting en bestraffing. De regering maakt zich sterk voor deze taakverdeling. Voor de Nederlandse trainingsactiviteiten in Kunduz heeft de regering hiervoor garanties verkregen (Kamerstuk 27925 nr. 425).

Vraag 5
Nu blijkt dat zelfs in Kabul de Taliban in staat zijn, kennelijk met hulp van Afghaanse politiefunctionarissen, dood en verderf te zaaien, wat zegt dit over de betrouwbaarheid van de Afghaanse politie als partner?

Vraag 6
Deelt u de mening dat de Afghaanse politie kennelijk zo geïnfiltreerd is door Taliban sympathisanten, dat het voor ISAF en andere buitenlandse politiemensen buitengewoon risicovol is om met deze politie samen te werken? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
De regering hecht er sterk aan — net als alle andere partijen die in Afghanistan actief zijn — veiligheidsrisico’s zo veel mogelijk te beperken. Dat geldt ook voor het risico van infiltratie bij de politie. In het selectieproces wordt getracht gemotiveerde rekruten te werven en het risico op infiltratie te verkleinen. Dit selectieproces is formeel in handen van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarbij wordt intensief samengewerkt met de NATO Training Mission - Afghanistan. Nederland heeft bovendien de bevoegdheid rekruten bij aanvang van de basisopleiding te weigeren. Uiteraard is onafgebroken oplettendheid geboden om vroegtijdig aanwijzingen van infiltratie te kunnen signaleren. Daarnaast monitoren Afghaanse contra-inlichtingeneenheden het leger en de politie op tekenen van compromittering en stress bij het personeel.

In vrijwel alle gevallen is overigens geen sprake van infiltratie in het Afghaanse leger of de politie, maar van opstandelingen die een uniform hebben bemachtigd of hebben laten namaken, of van getraumatiseerde Afghaanse militairen of agenten die door de Taliban zijn gedwongen tot gewelddadigheden. Er zijn geen bewijzen voor systematische infiltratie van de Taliban in het Afghaanse leger of de politie.

(Zie ook Kamervragen van 30 juni gesteld door het lid Van Bommel (SP) met kenmerk 2011Z14709).

1) www.nytimes.com

Antwoord op Kamervragen mogelijk negatief advies politiebond over Kunduz

De ChristenUnie en GroenLinks stelden op 30 juni Kamervragen aan de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie over een mogelijk negatief advies dat de Nederlandse Politiebond zou kunnen geven aan leden om naar Kunduz te gaan.

De Nederlandse Politiebond (NPB) had zorgwekkende signalen ontvangen over de veiligheidssituatie van Duitse collega’s in Kunduz. De bond deed ook en beroep op de Tweede Kamer de situatie nauwlettend te volgen.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) heeft de vragen op 7 juli beantwoord. Hij zegt onder meer dat er geen zorg is over voldoende animo onder politieagenten om uitgezonden te worden naar Kunduz.

Opstelten zegt ook: "De politievakbonden worden regelmatig geïnformeerd over de veiligheidssituatie. Meest recentelijk zijn de politievakbonden op 30 juni jl. door de Minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd."

Maar de NPB is juist van mening dat de informatie die ze van de overheid krijgt niet overeenkomt met de informatie van Duitse collega's die in Kunduz zijn.

Geeft Opstelten daar eigenlijk wel antwoord op?

GroenLinks en de ChristenUnie wilden juist als een kernpunt weten wat er klopt van de zorgwekkende signalen over de veiligheidssituatie in Kunduz die de NPB heeft ontvangen van Duitse collega’s.


De Kamervragen en antwoorden

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum 7 juli 2011

Betreft: Antwoord op schriftelijke vragen met kenmerk 2011Z14767

Hierbij bied ik u, mede namens mijn ambtgenoten van Buitenlandse Zaken en Defensie, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de leden Peters (GroenLinks) en Voordewind (ChristenUnie) over het mogelijke negatieve advies van de Nederlandse Politiebond inzake de missie in Afghanistan. Deze vragen werden ingezonden op 30 juni jl. met kenmerk 2011Z14767.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten


Antwoorden van de Ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie op vragen van de leden Peters (GroenLinks) en Voordewind (ChristenUnie) over het mogelijke negatieve advies van de Nederlandse Politiebond inzake de missie in Afghanistan (ingezonden 30 juni 2011,2011Z14767 )

1
Kent u de berichten 1) over het mogelijke negatieve advies van de Nederlandse Politiebond over de veiligheidssituatie in Afghanistan?

Ja.

2
Wat is op dit moment de actuele veiligheidssituatie in het gebied waarin Nederlandse politievrijwilligers actief zullen zijn? In hoeverre verandert dit de actuele veiligheidssituatie voor de betrokken politievrijwilligers die als trainer (binnen de poort) werkzaam zullen zijn?

3
Wat is er waar van de zorgwekkende signalen die de Nederlandse Politiebond heeft ontvangen van Duitse collega’s?

6
Verwacht u onder gelijkblijvende (veiligheids)omstandigheden nog steeds dat de trainingen effectief van start kunnen zoals beoogd?

De veiligheidssituatie in Kunduz past in het beeld dat in januari met uw Kamer is besproken. De toename van het aantal geweldsincidenten van de afgelopen jaren, zoals gemeld in de brief aan de Kamer van 7 januari jl. (Kamerstuk 27925 nr. 415), heeft zich dit jaar vooralsnog niet voorgedaan. Wel is een verschuiving zichtbaar van directe confrontaties naar een meer asymmetrisch optreden. De huidige situatie onderstreept het belang van een goede politiemacht en juridische sector in Afghanistan, en van de Nederlandse politietrainingsmissie die is gericht op de versterking daarvan, De regering heeft er vertrouwen in dat de politiefunctionarissen in de EUPOL missie onder deze omstandigheden hun taken op een verantwoorde wijze kunnen uitvoeren en houdt de algemene veiligheidssituatie nauwlettend in het oog. EUPOL beoordeelt daarnaast tweemaal per dag de veiligheidssituatie in Kunduz. Ook worden nauwe contacten met de Duitse collega’s van het GermanPolice en Project Team (GPPT) onderhouden. Dit beeld werd bevestigd in de contacten van minister Rosenthal tijdens zijn bezoek aan Kunduz op 6 juli.

4
Bent u bereid de actuele veiligheidsinformatie over Kunduz met de politiebonden te delen omdat zij een belangrijke taak hebben richting betrokken politievrijwilligers?

De politievakbonden worden regelmatig geïnformeerd over de veiligheidssituatie. Meest recentelijk zijn de politievakbonden op 30 juni jl. door de Minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd.

5
Is er reden tot zorg over voldoende animo onder de politieagenten om uitgezonden te worden naar Kunduz, nu dit op vrijwillige basis gebeurt? Zo ja, welke?

Nee, op dit moment is het aanbod van politiefunctionarissen toereikend. Er zijn geen aanwijzingen dat het aanbod afneemt.

1) ‘Nederlandse Politie Bond: mogelijk negatief advies missie Afghanistan’, www.goedemorgennederland.kro.nl 28 juni 2011

Zie ook:
SP stelt Kamervragen over veiligheid politiemissie Kunduz
Nederlanders op dodenlijst Taliban, maar “missie Kunduz gaat door ondanks dreigement”
Aanslagen in Kunduz